Conny

‘Normaal’

Het leven van deze WAO’er verschilt niet wezenlijk van die van een gezonde medeburger. Namelijk heel burgerlijk en normaal. Vroeg op, (te) laat naar bed, bedenken wat je vandaag nou weer eens zal eten, nooit alles af krijgen wat je je die dag had voorgenomen, zorgen om de kinderen, stress om hun cijfers, profiteren van de uitverkoop, genieten van het mooie weer, in de spiegel constateren dat de veroudering onbarmhartig toeslaat, de agenda vullen met leuke dingen en al die andere dingen die normale mensen ook doen. Van de week, op een feest, wenste een medefeestganger, met wie ik overigens nog geen woord gewisseld had, me bij het afscheid ‘veel sterkte’. Waarop ik vriendelijk verbaast vroeg ‘waarmee?’. Enigszins gepikeerd reageerde hij met ‘o jee, zeker de verkeerde vraag’. Welnee, ik wilde alleen weten waarmee! Met de verkering van mijn dochter, de binnenkomende rapportresultaten, mijn zoons vakantieplannen, René’s sollicitaties of nog wat anders? Leven met mijn ziekte hoort thuis in de categorie ‘normaal’ en heeft geen sterkte nodig. In zijn ogen was dat duidelijk anders. Ik word dan ook helemaal blij van mensen die door mijn rolstoel en handicaps heen kijken en mij benaderen als een normaal mens. En dit normale mens gaat deze zomer als een normale moeder vier dagen naar Londen met haar dochter en daarna, net als 75% van de Nederlanders, kamperen in een tent in Frankrijk, met drie pubermeiden en tot slot, als een normaal stel, een paar dagen met haar man weg, als dochter en zoon zelf ook weg zijn. Hoe normaal kan je zijn?!

Conny van der Meijden, 53 jaar, moeder van twee thuiswonende pubers en partner van René, en al 16 jaar lijdend aan een ernstige spierziekte.