In een inclusieve samenleving kan ieder mens, met of zonder beperking mee doen en wordt niemand buitengesloten. Essentieel om dit te bereiken is inclusief beleid: in alle fasen van de beleidscyclus rekening houden met de gevolgen van besluiten voor iedereen. Voor mensen met een beperking hebben plannen, bijvoorbeeld met betrekking tot wonen, werken, reizen, studeren, recreëren en sport, vaak een andere uitwerking dan voor mensen zonder beperking.

Hoe kunnen beleidsmakers hier mee omgaan? Door mensen met een beperking te betrekken bij het maken van hun beleid. Als geen ander kunnen zij aangeven wat bijdraagt aan een maatschappij waaraan iedereen kan deelnemen. Dit vereist een belangrijke omslag in denken en doen. En een hulpmiddel. Een goede manier om inclusief beleid in praktijk te brengen is de methode ‘Agenda 22’, gebaseerd op de 22 Standaardregels van de Verenigde Naties (VN).

De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aanvaardde in december 1993 internationale regels voor mensen met een beperking. Deze 22 'VN Standaardregels voor Gelijke Kansen voor Mensen met een Handicap' bevatten politieke en morele richtlijnen en de lidstaten verplichtten zich om deze te volgen.
De doelstelling van de regels is dat mensen met een beperking dezelfde kansen krijgen als andere burgers.