Foto vn verdrag

12 april 2016: Gejuich en applaus in de Eerste Kamer. Bedrijven en overheidsinstanties moeten voortaan toegankelijk zijn voor mensen met een beperking, zo hebben de senatoren op deze dag besloten. Staatssecretaris Van Rijn noemt het ‘een historische dag’.
De senatoren stemden in met het ‘VN-Gehandicaptenverdrag’. Na jarenlange onderhandelingen gelden in Nederland nu extra afspraken over een meer gelijkwaardige behandeling van mensen met een beperking. Niet alleen voor rolstoelgebruikers, maar bijvoorbeeld ook voor blinden en doven. 

Eén van de afspraken is nu dat overheden en ondernemers met kleine aanpassingen hun gebouw toegankelijk moeten maken voor mensen met een beperking. In januari werd al duidelijk dat dit plan op een ruime meerderheid kon rekenen.

Wat er aan vooraf ging
21 Januari 2016 was ook al een bijzondere dag: de ‘Tweede Kamer’ stemde toen in met de ratificatie van het ‘VN-Gehandicaptenverdrag’. Om de ratificatie ook met succes door de Eerste Kamer te loodsen, heeft een aantal landelijke belangenorganisaties de Eerste Kamerleden gevraagd nog eens goed te kijken naar de ambitie van de regering op dit vlak. Zij vroegen daarbij speciale aandacht voor de zogenaamde ‘interpretatieve verklaringen’ van de regering. Deze verklaringen waren volgens de belangenorganisaties onnodig en onwenselijk.

In een brief vroegen de belangenorganisaties aan de Eerste Kamer:
• een stevig signaal af te geven over het belang van daadkrachtig leiderschap van de regering;
• bij de regering aan te dringen op een snelle besluitvorming over het facultatief protocol (dit protocol regelt het individuele klachtrecht);
• en nut en noodzaak van de interpretatieve verklaringen goed te bespreken en ook hierover een signaal aan de regering af te geven.

De regering wil de verklaringen afgeven bij de ratificatie van het VN-verdrag. Hiermee wil de regering duidelijk maken hoe zij bepaalde onderdelen van het verdrag uitlegt. Hier is veel kritiek op. De verklaringen doen afbreuk aan de kracht en de inhoud van het verdrag. Er wordt daarom druk opgebouwd op de regering om deze verklaringen in te trekken. Ook het College voor de ‘Rechten van de Mens’ en de ‘Raad van State’ hebben aangegeven dat zij verschillende van deze verklaringen overbodig of zelfs ongewenst vinden.