Foto van Otwin van Dijk

De ‘Tweede Kamer’ heeft onlangs ingestemd met de ratificatie van het ‘VN-verdrag voor mensen met een beperking’. Gelijktijdig sprak de Kamer steun uit voor twee amendementen. De PvdA haalde een meerderheid voor het amendement ‘Toegankelijkheid is de norm’ en het CDA en de SGP kregen steun voor hun amendement dat gemeenten hierin een belangrijke rol moeten spelen. Een klinkende overwinning voor iedereen die zich sterk maakt voor toegankelijkheid.

We spreken met Otwin van Dijk, Tweede Kamerlid voor de PvdA en woordvoerder Zorg, AWBZ, PGB en Wmo en de man achter het amendement ‘Toegankelijkheid is de norm’. Hij is er zichtbaar trots op. ‘Mijn amendement heeft betrekking op alle levensdomeinen in de samenleving. Hierdoor kan echt invulling worden gegeven aan de participatiesamenleving. De samenleving moet immers toegankelijk zijn om er in te kunnen participeren. Dat heeft betrekking op zelfstandig kunnen wonen, zelfstandig naar school kunnen gaan en zelfstandig je eigen broek op kunnen houden.’

Inclusieve samenleving ‘Uiteraard begrijp ik wel dat er nog een lange weg is te gaan. We moeten met elkaar een mentaliteitsverandering in de samenleving realiseren. We moeten inclusief leren denken. Ik heb er vertrouwen in dat dat gaat lukken. We leven in een tijd van samen doen en het bevorderen van zelfstandigheid is een uitstekende ontwikkeling. Dit betekent ook emancipatie van de mensen met een beperking. Zij mogen niet afwachten tot de situatie is verbeterd. Maar het initiatief om een inclusieve samenleving te bevorderen, ligt volgens mij wel de overheid. Er valt wat dat betreft voor Nederland nog veel te leren van de Verenigde Staten, Spanje, Argentinië en natuurlijke de Scandinavische landen.’

‘Ambtenaren moeten leren vanuit een inclusie-gedachte beleid te maken. Dit heeft gevolgen voor een Wmo-beleidsplan, maar ook voor ambtenaren die gaan over de herinrichting van straten of het afgeven van vergunningen’. Op al die terreinen wordt toegankelijkheid de norm en niet-toegankelijk de uitzondering. Maar er ligt ook een rol bij de samenleving. De awereness bij ondernemers moet beter. Kijk naar sommige winkels hier in de stad, nog steeds zijn er winkels die vanwege een hoge drempel letterlijk niet toegankelijk zijn voor mensen met een rolstoel. Dat moet echt anders. Ik roep daarbij graag de hulp in van Voorall om hierin verbetering aan te brengen. Gelukkig zijn er ook veel goede voorbeelden te geven van winkels die uitstekend toegankelijk zijn.’

Burgerschapsideaal ‘Aan de basis van mijn pleidooi om een toegankelijke samenleving te willen bevorderen liggen drie aanvliegroutes. In de eerste plaats vind ik het belangrijk vanuit een burgerschapsideaal. Burgers moeten in staat zijn deel te nemen aan de samenleving en er naar vermogen aan bij te dragen. In de tweede plaats zijn mensen met een beperking net als ieder ander consument. Er valt simpelweg aan mensen met een beperking geld te verdienen. Ook zij zitten op een terras, kopen spullen in een winkel en gaan uit. Uitgaande van de berekening van het CPB waaruit blijkt dat ongeveer 23 procent van de Nederlanders leeft met een beperking of chronische aandoening is het uit commercieel oogpunt voor ondernemers buitengewoon aantrekkelijk om zich te richten op deze doelgroep. Door hier niet op in te spelen laten ze een flinke omzet liggen. Tenslotte is er nog de aanvliegroute waarbij de toegankelijke samenleving wordt gerealiseerd lang de weg van zorgaanbod. Ik noem dat in overdrachtelijke zin wel eens de ‘sneue-benadering’. Een voorbeeld daarvan is iemand met een beperking vanuit de Wmo aangepast vervoer aanbieden, terwijl zo iemand best gebruik kan maken van het reguliere openbaar vervoer. Natuurlijk zijn hiervoor ook uitzondering bijvoorbeeld voor mensen met een verstandelijke beperking, maar het aanbieden van collectief vraagafhankelijk vervoer is in sommige gevallen een antwoord op een vraag die niet is gesteld. Mensen met een beperking moeten in staat worden gesteld zelfstandig te reizen. Dat geldt ook voor mensen met een elektrische rolstoel in Den Haag.’

‘Ik schat in dat het kabinet het VN-verdrag nog in 2016 ratificeert. De Eerste Kamer is er nu mee bezig en ik heb geen signalen gekregen dat zich hier hick-ups voordoen. Het heeft hier overigens wel erg lang geduurd. Veel landen zijn ons voorgegaan. Dit komt omdat we in Nederland de gevolgen van zo’n verdrag goed willen doorgronden zodat we achteraf niet worden verast door de gevolgen van ratificatie. Een andere reden is natuurlijk dat we met elkaar ook een stel kruideniers zijn. We vragen ons al snel af wat zo’n verdrag allemaal gaat kosten. Toch ben ik een tevreden mens. Vanaf 1 januari 2017 wordt toegankelijkheid de norm en gaan we geleidelijk minder voorbeelden zien van niet-toegankelijkheid. Dan zullen er geen niet-toegankelijke bussen meer worden aangeschaft, zoals onlangs nog in de provincie Gelderland. Om ‘toegankelijkheid als norm’ in de gemeenten te effectueren zijn organisaties als Voorall onmisbaar.’

Auteur: Wim Carabain, maart 2016