De gemeente kan zorg verlenen via zorgaanbieders, met wie ze afspraken hebben gemaakt, bijvoorbeeld over huishoudelijke verzorging. De persoonsverzorging, zoals hulp bij aankleden, wassen en medicijnen uitdelen, wordt voor een groot deel door de zorgverzekeraar betaald.

Plichten van de gemeente bij Wmo-ondersteuning
Gemeenten zijn wettelijk verplicht om te onderzoeken wat de situatie is van mensen die zich melden voor Wmo-ondersteuning. Bij dat onderzoek kijkt de gemeente naar wat iemand zelf nog kan en hoe de directe omgeving hierbij kan helpen. De hulp moet natuurlijk ook van goede kwaliteit zijn. De gemeente heeft daarbij rekening te houden met de mening en ervaring van de burger. 

Wat betekent dit voor u? Er wordt een groter beroep gedaan op uw eigen zelfredzaamheid. In de praktijk moet u eerst in uw eigen omgeving kijken of er familie, buren of vrienden zijn die u kunnen helpen. U kunt ook een beroep doen op vrijwilligers voor bijvoorbeeld het doen van boodschappen. Of u kunt uw vraag stellen bij een buurthuis of een welzijnsinstelling bij u in de buurt. Dit zijn algemene voorzieningen om u te ondersteunen bij uw vraag. Pas wanneer het u niet lukt om het met uw omgeving op te lossen, kunt u een melding van uw hulpvraag doen bij de gemeente.

Eigen bijdrage van de burger
De gemeente mag vanaf 2015 een eigen bijdrage van de burger vragen voor het ontvangen van ondersteuning, zoals huishoudelijke hulp. Deze bijdrage is afhankelijk van het inkomen, leeftijd en het vermogen van de inwoner. Het ‘Centraal Administratie Kantoor‘ (CAK) int de eigen bijdrage. Verder wordt er per gemeente een sociaal wijkteam aangesteld waar mensen terecht kunnen voor hulpvragen. Iedere gemeente regelt deze ondersteuning op zijn eigen manier.