0 Logo TOV

Ze waren al bij een paar zorgaanbieders wezen kijken: Bert, zijn vrouw Jacqueline en hun dochter Anouschka, die langzamerhand wel op zichzelf wilde gaan wonen. Het bleek al snel dat ze daar niet helemaal vonden wat ze zochten. Bert: “de zorg denkt erg aanbodgericht, voor mensen en betrekkelijk weinig met de mensen. Bovendien vroegen ze meteen wat je indicatie was. Als we zeiden dat we die nog niet hadden, gaven ze aan ons niet te kunnen helpen.”

Geen begeleid wonen of een andere woonvorm bij een zorgaanbieder dus, maar wat dan wel?
Anouschka heeft een beperking maar kan over heel veel zaken uitstekend een eigen regie voeren, ze moet dus de ruimte krijgen om dat ook te doen. Het was in ieder geval wel duidelijk dat ze niet ergens in een flatje terecht wilde komen met eenmaal in de week een paar uur ambulante begeleiding. De voorkeur ging tenslotte uit naar samenwonen in een groep. Bert: “Als alle bewoners een beperking hebben, kunnen ze elkaar ook helpen, dat vergroot de kracht van de groep. Daarnaast geeft het ook nog de nodige gezelligheid.” Vervolgens hebben ze een (woon)visie opgesteld. Het uitgangspunt was dat de regie zoveel mogelijk bij de jongeren zelf lag, de ouders moesten hierin slechts ondersteunend zijn. Ook was het belangrijk dat de bewoners zo gewoon mogelijk in en met de wijk zouden kunnen leven. Bert: “We gaan uit van de inclusie-gedachte, iedereen doet gewoon mee, geen muurtjes bouwen tussen mensen.”

Zelf doen
Dat alles betekende wel dat ze zo’n woonvorm dan zelf zouden moeten oprichten: een ouderinitiatief. En dan haal je je meteen behoorlijk wat op de hals. Om te beginnen had Anouschka nog steeds geen indicatie. Bert: “Als je dat doet, kom je meteen in zo’n systeem terecht, en dat wilden we nou net niet. Maar zonder indicatie kunnen sommige organisaties je niet helpen.” Bovendien bleek er een ander probleem te zijn: het vinden van potentiële medebewoners. Ze hebben er van alles aan gedaan: brainstormsessies georganiseerd, gesprekken met de gemeente Den Haag, praktijkscholen en het UWV gevoerd, het leverde nauwelijks kandidaten op. Bert: “Er zijn natuurlijk allerlei bestanden, maar daarin wordt alleen aangegeven welke producten aan mensen geleverd worden, maar geen namen van mensen die eventueel geïnteresseerd zijn in het opzetten van een groep.”

En geluk hebben
En net als het erop lijkt dat je op dood spoor zit, heb je ook wel eens geluk. Jacqueline ontmoette de trekkers van het Delftse ouderinitiatief ‘Stichting TOV’. Deze stichting is in 2008 opgericht, wat een goed beeld geeft van de lange adem waarover je moet beschikken om zo’n ouderinitiatief te realiseren. Na een paar gesprekken bleek dat Anouschka hierbij kon aansluiten. Een van de moeilijkste aspecten van een wooninitiatief was al achter de rug: de onderhandelingen met de gemeente en de woningcorporatie over de locatie en de bouw van een woning die voldeed aan de eisen van TOV. De woning werd zelfs al gebouwd. Een gespreid bedje dus, zou je bijna zeggen. Maar ook toen viel er nog het nodige te doen. Vaststellen welke begeleiding de groep en de individuele bewoners nodig hebben bijvoorbeeld. Nu is TOV, in samenwerking met ‘Woondroomzorg’, bezig met het werven van begeleiders, want dat doen ze zelf, samen met de bewoners.

Even nog een echt Hollands staartje: hoe zit het met de financiering? Iedere bewoner heeft een Persoonsgebonden Budget en TOV doet ook zelf aan fondsenwerving. Maar toch zou dit initiatief voor Anouschka onmogelijk zijn geweest als de gemeente Delft zich niet had ingezet voor sociale woningbouw in het centrum. Ook is het de vraag of financiering van zo’n initiatief mogelijk is vanuit de gewone WMO-begeleidingsbudgetten. Regelingen rondom beschermd wonen (die ook onder de Wmo vallen) geven wel mogelijkheden voor deze vormen van groepswonen.

Hoe het ook zij: in januari woont Anouschka, ze is dan 23, op zichzelf met negen andere bewoners.
 
http://www.tovwonen.nl/
https://woondroomzorg.nl/

Auteur: Edward de Bruin