Voorall spreekt in bij commissie en vraagt om betere toegankelijkheid
|
Begin februari vergaderde de commissie Samenleving van de Haagse gemeenteraad over de voortgang rond de uitvoering van de nota ‘In Den Haag doet iedereen onbeperkt mee 2024-2026’. Wim Carabain, directeur van Voorall, sprak de commissieleden toe door enkele voorbeelden te geven waaruit blijkt dat het nog niet goed gaat met het toegankelijker maken van de stad. Uiteraard zijn er ook enkele successen te vieren, zoals de aanleg van blindengeleidelijnen bij tramlijnen 3 en 4, maar dat had eigenlijk al tien jaar geleden uitgevoerd moeten worden. Wim: ‘Ik geef u twee actuele voorbeelden om aan te geven dat het college van B&W zich nog onvoldoende inzet om te kunnen zeggen dat toegankelijkheid de norm is en ontoegankelijkheid de uitzondering. Ik constateer weinig verschil met het verleden. Het is een trieste conclusie omdat vanuit de gemeenteraad keer op keer aandacht wordt gevraagd voor het verbeteren van de toegankelijkheid. Het eerste voorbeeld: ‘Voorall heeft recent een advies uitgebracht over de toegankelijkheid van Nieuw Kijkduin. Het resultaat was schokkend. De gemeente heeft zelfs de regels en richtlijnen uit het eigen Handboek Openbare Ruimte genegeerd met als gevolg dat het gebied rond het winkelcentrum niet geschikt is voor mensen met een beperking. Voor mensen in een rolstoel is het strand onbereikbaar. Het stijgingspercentage van de helling is veel te hoog. Voor mensen met een visuele beperking zijn de trappen te stijl, leuningen ontbreken en markeringen zijn er ook niet.’ ‘Verder is er op die plek een uitleenpunt voor strandrolstoelen gerealiseerd. De toezegging van de gemeente was dat Voorall op die plek een volwaardig uitleenpunt voor strandrolstoelen zou krijgen. Helaas is de stalling voor onze doelgroep totaal onbruikbaar. De helling naar de stalling is veel te stijl en er ontbreekt een lift. De gemeente heeft veel geld beschikbaar gesteld om een goede collectie strandrolstoelen aan te schaffen, maar die kunnen niet vanuit de stalling Kijkduin worden gebruikt. De stalling is voor de strandrolstoelen een fiasco.’ ‘Het tweede voorbeeld waarvoor ik uw aandacht vraag is de woningbouw in Laak Haven Centraal. Voorall heeft daarover afgelopen week een zienswijze aan de raad gestuurd. Net als bij andere hoogbouwprojecten is het kennelijk niet de bedoeling dat er op deze plek mensen met een rolstoel komen te wonen. Er wordt namelijk geen ruimte voor gehandicaptenparkeerplaatsen dicht bij de woningen gereserveerd. Inwoners die niet meer dan 50 meter kunnen lopen, komen in aanmerking voor een gehandicaptenparkeerkaart. Dat is staand beleid. Dit dreigt nu voor de ene woning wel, maar voor de andere woning niet van toepassing te zijn. Ik kan mij niet voorstellen dat de raad het hiermee eens is. De keuze om geen gehandicaptenparkeerplaatsen binnen een afstand van 50 m te waarborgen, heeft niet alleen gevolgen voor de mensen die er wonen, maar ook voor de mensen die er op bezoek komen. De keuze om een centrale parkeergarage te realiseren, heeft tot gevolg dat bewoners en bezoekers een veel grotere afstand naar hun auto moeten afleggen. Het gevolg hiervan is dat er sprake is van onbedoelde uitsluiting. Mensen met een rolstoel zullen er niet gaan wonen en als ze in een rolstoel terecht komen, zullen ze moeten verhuizen.’ Wim: ‘De twee voorbeelden laten zien dat toegankelijkheid nog lang niet de norm is en ontoegankelijkheid de uitzondering is. Het ontbreekt aan ambtelijke en bestuurlijke alertheid om toegankelijkheid in bouwprojecten als norm te hanteren. Zolang ambtenaren en bestuurders niet in staat blijken toegankelijkheid als norm te hanteren, zou de gemeenteraad bij elk afzonderlijk bouwproject een toegankelijkheidsverslag moeten vragen. Dit leidt tot veel vertraging, maar het voorkomt veel ellende in de nabij toekomst.’ |
||